Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

De Wmo heeft tot doel om de participatie en zelfredzaamheid van alle burgers te stimuleren. Het is een brede wet die vele terreinen omvat. Voor de gemeente- die verantwoordelijk is voor het invullen en uitvoeren van deze wet- ligt er een grote opgave om te zorgen dat er recht wordt gedaan aan de geest van deze wet.

Leden van een Wmo-raad in een grote stad ergeren zich aan het gemak waarmee er binnen hun gemeente allerlei termen worden gebruikt zonder dat het helder is wat er nu concreet mee wordt bedoeld. Ik begeleid een sessie waarin de Wmo-raad, de wethouder en een aantal beleidsmedewerkers samen definiëren wat zij willen verstaan onder woorden als zelfredzaamheid, eigen kracht, regie etc. Het verhelderen wat een woord betekent en het verbinden met de eigen realiteit geeft duidelijkheid. Het definitie lijstje wat door de sessie tot stand is gekomen wordt verwerkt in het beleidskader. Alle aanwezigen zijn het er over eens dat het een nuttige en geslaagde bijeenkomst was. Het was vruchtbaar om met elkaar aan de hand van een concreet issue samen te werken. Dat gaf zicht op en respect voor de verschillende invalshoeken. En het resultaat van de bijeenkomst – wat door co-creatie tot stand was gekomen is meteen benut.

Een wethouder wil vernieuwing op het terrein van mantelzorgondersteuning. Hij vindt het belangrijk dat mantelzorgers in zijn gemeente goed ondersteund worden zodat zij zolang en gezond mogelijk hun taak kunnen vervullen. Hij vraagt mijn hulp om door middel van een aantal groepsdialogen met mantelzorgers zelf uit te kristalliseren waar hun wensen en behoeftes liggen en met hen te doordenken wat dat betekent voor de doorontwikkeling van het huidige aanbod. Wat kunnen we als gemeente doen zodat u uw taak goed kunt vervullen. Dat was de vraag die centraal stond in de gesprekken die ik begeleidde. De gesprekken leverde verrassende resultaten op die ik vertaalde naar input voor gemeentelijke beleid. Daarnaast organiseerde ik een groepsgesprek met professionals uit de 1stelijn omdat zij vanuit hun functie veel met mantelzorgers van doen hebben en juist omdat zij enige afstand hebben ook goed kunnen zien welke behoeftes bij hen leven. Alle gesprekken gaven de wethouder voldoende input om met de huidige aanbieders op het terrein van mantelzorgondersteuning het gesprek aan te gaan en te spreken over een vernieuwd aanbod.

Een wethouder van een middelgrote gemeente wil dat de inwoners die te maken hebben met de transitie AWBZ face to face geïnformeerd worden. Samen met een aantal beleidsmedewerkers en de wethouder zelf denken we na hoe een bijeenkomst met deze inwoners er uit kan zien. Wat leeft er? Wat is er al bekend? Hoe komen de inwoners echt tot hun recht tijdens een (grootschalige) bijeenkomst. Tijdens een aantal voorbereidende gesprekken wordt meer en meer duidelijk wat een passende opzet en vorm is voor een dergelijke bijeenkomst. Ik denk mee over de uitnodiging, over de werkvormen en over de boodschap. Ik begeleid de avond. Terugblikkend kan worden gezegd dat het een geslaagde avond was. Het is duidelijk geworden waar de zorgen van de betrokken inwoners liggen. De gemeente heeft helder gemaakt wat de veranderingen zijn, wat haar intenties en doelen zijn en wat de aanpak is. De betrokken inwoners voelen zich gehoord, gezien en begrepen. En de gemeente heeft nog meer zicht op waar aandachtspunten liggen voor haar vervolgaanpak.

Een wethouder van een grote gemeente heeft behoefte aan een onafhankelijke, scherpzinnige partner van buiten de eigen gemeentelijke organisatie die met haar de uitdagingen die zij ziet in het kader van de transitie AWBZ doordenkt. Ik heb een viertal gesprekken met haar. Voor elke sessie daag ik haar uit om haar eigen actuele dilemma’s te formuleren en van te voren aan mij te mailen. Het gaat om vraagstukken waarvan zij niet weet hoe zij ze aan kan/moeten pakken. Tijdens mijn sessies met haar staan deze dilemma’s centraal. Door de vragen die ik stel, de analyses die ik naar voren breng, de verbanden die ik leg wordt ze geprikkeld om verder en anders te denken over de ingebrachte vraagstukken. Na twee sessies valt het haar op dat ze niet had verwacht dat er echt “antwoorden” zijn op de vraagstukken die ze inbrengt. Na iedere sessie heeft ze antwoord op haar dilemma wat ze met behulp van mijn inzet zelf heeft geformuleerd. Ze weet niet alleen het antwoord maar heeft ook een “ingevuld” stappenplan wat ze kan benutten om dat wat ze weet ook daadwerkelijk in de praktijk te brengen.

De medewerkers van het zorgloket zijn sinds de nieuwe Wmo-verordening aan de slag met een gekantelde gespreksvoering. In de praktijk is dit niet eenvoudig! Ondanks diverse trainingen gespreksvoering worstelt men hoe de integrale vraagverheldering vorm moet worden gegeven. Hoe verken je alle levensdomeinen zonder dat het gesprek uren duurt? Hoe krijg je zicht op de vraag achter de vraag? Hoe stimuleer je eigen kracht als mensen de verantwoordelijkheid bij de gemeente willen neerleggen? Met behulp van diverse realistische praktijksituaties gaan we –tijdens drie sessies-aan de slag met al deze vragen. In een positieve en open sfeer doet men nieuwe inzichten op en krijgt men concrete tips om de integrale vraagverheldering vorm te geven. Met behulp van een trainingsacteur oefent men hoe men de echte vraag naar boven krijgt en hoe de eigen verantwoordelijkheid gestimuleerd kan worden.

Een gemeente wil zich gedegen voorbereiden op de decentralisatie van de extramurale begeleiding. Die overgaat van de AWBZ naar de Wmo. De gemeente realiseert zich dat dit een grote uitdaging is en dat het een goed overleg en samenspel vraagt met burgers en aanbieders. Samen met de beleidsmedewerker en de wethouder bereid ik een werkconferentie voor. We bepalen wat haalbare doelen zijn, wie er uitgenodigd moeten worden en hoe we de interactie op gang kunnen krijgen. Ik denk mee over doelen, opzet en methodes en breng mijn expertise in t.a.v. het overhevelingstraject. De bijeenkomst waar aanbieders, Wmo-consulenten, beleidsmedewerkers van de gemeente en leden van de Wmo-raad aanwezig zijn verloopt prima. Na afloop blijkt dat er voldoende input ligt om een concept projectplan te maken voor het vervolgproces. Daarnaast weet iedereen welke uitdagingen er liggen voor de eigen organisatie en waar mogelijkheden zijn tot uitwisseling en samenwerking.

Een aantal directeuren van organisaties op het terrein van zorg en welzijn nodigen mij uit om met hen na te denken hoe zij op een vernieuwende wijze kunnen samenwerken om in hun gemeente een bijdrage te leveren aan de doelen van de Wmo. In een serie rondetafelgesprekken verkennen we de lokale vraagstukken en brengen we in kaart welke bijdrage de individuele organisaties kunnen leveren aan het oplossen van deze issues. Ook wordt nagedacht wat nodig is om tot een ketenaanpak te komen. Ik ondersteun op de achtergrond de organisaties bij het presenteren van hun gemeenschappelijke aanpak richting gemeente. De gemeente is enthousiast over de visie en daagt de organisaties uit om met een concreet stappenplan te komen. Er wordt een werkgroepje gevormd van de professionals die bij de uitvoering betrokken worden. Ik begeleid hen bij het opstellen van het stappenplan.

Een beleidsmedewerker heeft de opdracht gekregen om een projectplan te schrijven om zijn gemeente tot kantelen te brengen. Hij kent de organisatie goed, begrijpt zijn opdracht maar worstelt met de vraag hoe het kantelingsproces vorm moet krijgen. Ik adviseer hem in alle fase van projectontwikkeling op het terrein van inhoud, proces en procedures. Waar nodig speel ik advocaat van de duivel. Gedurende het traject breng ik hem in contact met mensen die al verder in het kantelingsproces zijn en/of die tot inspiratie kunnen dienen.

Een wethouder van een net heringedeelde gemeente wil de kanteling benutten om tot een aantal wezenlijke veranderingen te komen. Zij wil meer samenwerking binnen en tussen de ketens. Meer samenhang in diagnostiek en behandeling en meer en beter werken vanuit het dagelijkse leven van de burger. Ik denk met haar mee waar haar verantwoordelijkheden en mogelijkheden liggen in dit ingrijpende proces en welke interne en externe partijen zij op welke wijze kan betrekken. Als ze haar eigen visie heeft ontwikkeld wordt de beleidsmedewerker betrokken die de visie verder uitwerkt in een notitie voor College en Raad.

Medewerkers van het zorgloket willen getraind worden in integrale vraagverheldering , het keukentafelgesprek, waardoor ze zich krijgen op de vraag achter de vraag. Tijdens de intake met een aantal Wmo-consulenten blijkt dat er ook andere behoeftes zijn. Men wil meer inzicht krijgen wat het lokale aanbod inhoud en hoe men burgers kan stimuleren van dit aanbod gebruik te maken. Ook wil men tips hoe men bepaalde groepen kwetsbare burgers tijdig kan herkennen en bejegenen. Tijdens een aantal sessies -verspreid door het jaar heen- wordt gewerkt aan deze thema’s.

Het bestuur van een huisartsen kring wil een lezing over de Wmo. Wat houdt de wet in, wat betekent het voor hun patiënten, wat betekent het voor hen als professional in de eerstelijn. Ik geef een presentatie met diverse praktijkvoorbeelden en ga daarna met hen in gesprek om een verbinding te leggen met hun eigen praktijk. Na afloop gaan ze naar huis met een aantal persoonlijke actiepunten.

Een net aangetreden wethouder heeft kritiek op het huidige Wmo-beleidsplan. Zij onderkent huidige en toekomstige vraagstukken en wil dat die op een andere manier te lijf worden gedaan. Ze betwijfelt de aanpak tot nu toe. Voor de komende periode wil ze een plan ligt wat ambitie uitstraalt en wat interne en externe partijen aanzet tot vernieuwing. Door middel van een aantal gesprekken krijgt ze scherp op het netvlies wat ze wil, wie en wat daarvoor nodig is en wat dat betekent. Vervolgens wordt de beleidsmedewerker Wmo partij in de gesprekken en brengt hij zijn know how in. Dit proces levert een eerste concept op waarin sprake is van realistische vernieuwing.